Try Harder
Mja, als je benen even niet meer vooruit willen, kun je nog zo hard proberen als je wilt.
Maar laat ik maar bij het begin beginnen, de titel wordt dan wel duidelijk.
Maandag 14 juni, ‘s middags, ik begaf me naar de luchthaven in Ho Chi Minh waar ik een vlucht zou nemen naar Hanoi. Vandaag zou ik dan ‘s avonds de nachttrein nemen richting Lao Cai. Maar eerst moest ik me nog aanmelden bij het tour agency om de laatste regelingen te treffen (uur van pick-up, tickets ontvangen e.d.). En ik had dus nog wat tijd om rond te wandelen in Hanoi. Daar aangekomen was ik vergeten wat een gezellig centrum dit Old Quarter van Hanoi wel is. Drukke straatjes, veel winkeltjes en brommers. Ik vind dit echt een leuke stad en kon er dus naar hartelust in rondwandelen en nog wat souvenirs kopen. Een mini-busje nam me nadien naar het treinstation in Hanoi, samen met andere toeristen. Maar ik zou de enigste zijn die een poging zou wagen om Fansipan te beklimmen. Aangekomen bij de trein was het zoeken naar mijn bed. Ja dit is een nachttrein, dus kun je er in slapen. Uiteraard zat ik in de laatste wagon en zat ik alleen in mijn “kamer”. Na enkele minuten kwamen er twee Vietnamese mannen bij, en nadien nog een jonge vrouw met twee kindjes (10-12 jaar). Er zijn vier bedden in een kamer, en we waren nu met zes. De jonge vrouw had blijkbaar één bed gereserveerd voor haar en haar kinderen. En dus kwam de conducteur langs om wat moeilijk te doen (waarschijnlijk had ze ook maar één ticket gekocht, maar ik kon de discussie niet volgen dus blijft het gissen). Maar zonder al te veel problemen vertrok de trein en legde ik me te slapen. Het zou nog een lang nacht worden, het was nu iets van 21u en de trein zou arriveren om 5.30. Maar dit is niets wat een beetje Judas Priest en een compilatie-album (ooit samengesteld voor mijn liefje) niet aan kan. Aangekomen in Lao Cai werden de nodige toeristen verzameld en een mini-busje bracht ons naar Sapa. Tijdens deze uur durende rit over bergwegen en langs haarspeldbochten kregen we al een eerste indruk van de regio. Mooi met ruw gebergte en etnische (arme) minderheden. Sapa was een Frans bergstation, gesticht in 1922. Het is een klein stadje waar vooral het toerisme een bloei kent. Het is er vaak wel mistig en bewolkt wegens zijn locatie in de bergen. Er zijn verschillende etnische minderheden, maar de Hmong maken het grootste deel, gevolgd door de Dao.
Na een douche in het hotel vanwaar mijn tour vertrok pikte de gids mij en de porter op. De porter zou ons eten dragen en klaarmaken op de berg, want het plan was om er drie (twee en half eigenlijk) dagen over te doen om de top te beklimmen en terug naar beneden te geraken. Een jonge gids genaamd Toan zou me begeleidden op mijn trektocht. Deze bestaat uit drie delen: je vertrekt vanaf 1800m en wandelt dan tot 2200m. Daar is er een lunchpauze in een kamp. Dan trek je verder tot zo een 2800m waar je een avondmaal nuttigt en de nacht door brengt. De volgende dag trek je dan door naar de top (3143m) en terug naar 2800m, lunch en dan weer naar beneden. Indien nodig is er nog een overnachting op 2200m. Alles in het totaal (van 1800m tot de top) is een goede 14km in dus drie etappes (4-6-4km ongeveer). We vertrokken en het begin zag er veelbelovend uit. Mooie natuur, mooie omgeving, mooie uitzichten. Maar als snel bleek dit geen gewone wandeling te worden. Neen, het werd een tocht over modder, wortels, rotsen, langs beken en rivieren, over bamboeversperringen. Dit betekende klimmen, klauteren, trekken, duwen, stoten, kruipen (op handen en voeten jawel). Al snel bevond ik me dus al buiten adem en met een verkoudheid werd mijn ademhaling ook niet bevorderd. Ik begon me al snel af te vragen hoe ik dit in Gods naam twee dagen ging vol houden. Maar na een twee uurtjes werken kwamen we in het eerste kamp aan. Toan vertelde me dat we een goede tijd hadden en bood me wat rust aan. De porter was al bezig eten te maken op het vuur in een hut. Tijdens het eten vertelde Toan me nog wat over de regio en de tocht die zou volgen: “more hard”. Hm, het werd dus nog harder ploeteren. Met volle moed vertrokken we naar het tweede kamp op 2800m hoogte. En inderdaad, het was “more hard”. De natuurlijke treden gevormd door wortels en rotsen werden alleen maar hoger, de weg werd steiler en de wind waaide harder. Halverwege begon het nog eens enorm hard te regenen. Mijn regenjas die ik nog ter voorbereiding gekocht had hield het water wel tegen. Maar na een tijdje begaf ze het toch onder het gewicht van het water en mijn rugzak. Ik voelde mijn kleren alsmaar natter worden en de moed begon te zakken. De weg werd steeds maar zwaarder, met constant klimmen en mezelf omhoog trekken langs bergwanden en over de toppen. De wind en de regen werden nu enorm hard en iedere keer als je op een top kwam, moest je jezelf schrap zetten. Op sommige plaatsen in de weg waren er zelfs ladders tegen de wand geplaatst omdat je anders niet omhoog geraakte. Toch bleef ik volhouden en onder de aanmoediging van Toan met de woorden “Try Harder” bleven we vooruit gaan. Op een bepaald moment begon ik het te voelen. Kramp in mijn knieën, daarna de kuiten en hamstrings, vervolgens combinaties van deze drie. Bij het beklimmen van een nieuwe top stond ik ineens perplex. Ik kon beide benen niet meer bewegen, volledig verkrampt. Niet dat het pijn deed, maar ik kon geen kracht meer zetten. De vermoeidheid en de kou (kletsnatte broek) had zijn impact op mijn spieren en ik moest noodgedwongen enkele minuten blijven staan.
Na een dikke twee en half uur kwamen we toch aan in het kamp op 2800m. Toch een goede tijd gehaald zei Toan. Ik was in alle geval blij dat ik even uit de regen kon zijn, me afdrogen en droge kleren aantrekken. Het was er niet bepaald warm in de slaapplaats maar de euforie verwarmde me vanbinnen uit. Ik was ook ontzettend blij dat al mijn spullen in mijn rugzak nog droog waren, dit kwam doordat ik alles in aparte plastieken zakjes had gedraaid ter voorbereiding op regen. Met de natte kleren in de hand of aan mijn voeten en op de draad nam ik plaats langs het kookvuur in de “kitchen”. Het open vuur verwarmde me nu ook langs buiten en mijn broek en schoenen droogde toch al snel. Het eten zag er ook niet al te slecht uit en was al snel klaar. Met ons drieën verorberden we deze welgekomen maaltijd en namen weer plaats aan het vuur om verder op te warmen (of toch gewoon geen kou meer te krijgen) en nieuwe spullen te drogen. Rond 19.30 werd het tijd om te gaan slapen. Dus begaven we ons naar de slaaphut en kropen in een slaapzak. Liggend op een harde houten plank is nu bepaald niet een pretje om te slapen en met de regen en wind die buiten onophoudelijk gierde moest ik me helemaal in de slaapzak wentelen om geen wind te voelen en te kunnen slapen. ‘s Nachts werd ik nog wakker door het gestommel van Toan die me meldde dat hij een muis gevangen had. Ik hoopte alleen maar dat er geen enkele in mijn zak was gekropen of aan men spullen aan het knagen was.
‘s Morgens leek het gestopt te zijn met regenen en de wind was een beetje gaan liggen. Maar met een dichte mist om je heen kan je natuurlijk niet veel zien. En opnieuw moesten we kleren drogen omdat deze vochtig geworden waren tijdens de nacht. Tijdens het ontbijt begon het weer te rommelen in de lucht en de wind stak weer aan. Regen, regen en nog eens regen. Het is natuurlijk niet abnormaal op een berg, en in Sapa in de zomer al helemaal niet. We begonnen het verder verloop van de tocht te overlopen. Na overleg besloten we niet naar de top te gaan. Ik wist wat de afdaling nog te brengen had, en met een duidelijke omschrijving over de weg naar de top (“more hard, very very slippery, very dangerous) leek het toch allemaal niet zo goed te zijn. Het weer zat echt niet mee deze keer. En dicht bij het einde van mijn verblijf had ik geen zin om me nog te moeten laten repatriëren door Ethias. Gezamenlijk besloten we dus om nog even te wachten bij het vuur en dan terug naar Sapa te trekken. Uiteraard was ik een beetje teleurgesteld. Maar ik was ook blij want dit gaf me een kans om op mijn derde dag tijd te nemen om Sapa en zijn omgeving te verkennen, iets wat ik anders niet kon doen. Deze keer ingepakt in twee raincoats (of ja, de overschotten van deze van de dag eerder) begonnen we aan de weg terug. Het was inderdaad niet erg gemakkelijk en zonder gevaar. De regen en wind bleef maar om de oren slaan, de weg was glad en het water liep constant langs je schoenen over de rotsen. Jammer genoeg kon ik hier geen foto’s nemen door de regen. Na de pauze op 2200m werd het weer beter en kon ik weer enkele foto’s maken.
Op het einde van de tocht stopten we nog even, Toan en de porter wouden enkele jonge bamboescheuten plukken om mee te nemen en op te eten. Toan nodigde me ook uit om ‘s avonds bij hem thuis te eten en ‘s anderendaags zou hij me meenemen rond Sapa. Normaal gezien was hij toch gehuurd voor drie dagen, dus wou hij dit doen voor mij omdat we niet naar de top konden gaan.
In het hotel huurde ik een kamer, kon eindelijk een douche nemen en wat rusten op een groot zacht bed. Tegen 18u trok ik naar het huis van Toan, nu ja huis: een kamer zo groot als de mijne thuis in een klein steegje met gelijkaardige kamers. Drie vrienden van hem waren bezig eten te koken, waaronder bamboe die we daarstraks geoogst hadden. Na een gezellige maaltijd (met rijstwijn) trokken we richting het centrummetje van Sapa en genoten er nog van wat Bia Hoi.
‘s Anderendaags pikte Toan me op en nam me achterop een brommer rond Sapa. We reden naar Cat Cat village en Sin Chai village. Echt spreken over villages is wel veel gezegd, het zijn een paar houten huisje tussen de rijstvelden. In Sin Chai village staat er ook nog een betonnen gebouw, dit is de primary school. De weg was steil (we zijn nog steeds in de bergen) en het uitzicht was zalig. Rijstvelden om je heen, bergzichten, etnische minderheden (Hmong en Dao), waterbuffels en zelf wilde biggetjes. Een uniek landschap om te doorkruisen en je kunt dus best maar genieten van de foto’s.
In de namiddag wandelde ik wat door Sapa zelf. Ik wandelde langs de centrale markt waar de Hmong hun spullen te koop aan bieden en ging een kijkje nemen in de enigste kerk in Sapa. Tijdens mijn verkenningstocht kwam ik langs smalle, steile straatjes met unieke huisjes en stootte ik ook weer op de vlees- en groentenmarkt. Nu moet ik toch wel melden dat om drie uur in de namiddag het vleesgedeelte erg begint te rieken. Ik wandelde er voorzichtig (zoveel mogelijk water of wat het ook was op de grond vermijdend) langs herkenbare stukken vlees maar ook langs minder herkenbare vleessoorten en een lokale specialiteit trok mijn aandacht (zie foto’s).
Genoten van deze laatste dag in Sapa vertrok mijn mini-busje rond 17.30 terug naar Lao Cai. Na een lange weg terug naar “huis” arriveerde ik in Saigon rond 12.30. Moe maar voldaan belandde ik weer op mijn bed en genoot van een ontspannende namiddag. Nog steeds een beetje teleurgesteld dat ik niet tot de top ben kunnen gaan, maar toch heel blij dat ik in Sapa geweest ben met zijn fantastische omgeving waar ik meer dan 20km gewerkt heb, tot 2800m geraakt ben en een nacht op de berg heb doorgebracht. En dat is meer dan iemand van jullie kan zeggen.
Het aftellen is nu werkelijk begonnen. Nog enkele dagen en ik ben op de terugweg naar mijn echte huis, in Tongeren. Na bijna 16 weken zal ik weer kunnen genieten van een goede friet-biefstuk, een heerlijk schuimend abdijbiertje en de aanwezigheid van enkele speciale personen, vooreerst mijn liefje Britt.
Vergeet zeker niet mijn laatste blog te lezen op het einde van mijn verblijf!